SCHOMBURGK'S HERT  
Het Schomburgk’s hert leefde in de moerassige vlakten in centraal Thailand (mn in de vallei van de Chao Phya rivier). Het is genoemd naar Sir Robert H. Schomburgk (1804-1865), de Britse consul in Bankok van 1857-1864.

Het hert overleefde in het wild tot September 1932 toen het laatste dier door een officier van de Siamese politie werd doodgeschoten. Meer nog dan voor zijn huid werd het bejaagd voor zijn gewei dat voor de bereiding van Chinese geneesmiddelen vele toepassingen kende. Daarnaast werd zijn habitat gecultiveerd voor rijstbouw of drooggelegd.

Pogingen vanuit Europa om het door een fokprogramma te redden, faalden omdat de Thai het belang hiervan niet inzagen. Een mannetjes dier werd als huisdier gehouden bij de Samut Sakhon tempel waar het in 1938 werd doodgeslagen toen het te dicht bij de mensen kwam. In Parijs bevindt zich nog een opgezet exemplaar in het museum “Jardin des Plantes” waar het tot 1867 in gevangenschap leefde.

Het spectaculaire gewei van het mannetje is mandvormig met aan elke tak een groot aan punten, soms tot 33 toe, waardoor het geheel iets weg had van een kroon.

Het Schomburgk’s hert lag het grootste deel van de dag te rusten in de schaduw, herkauwend na het nachtelijk grazen. Dichtbegroeide gebieden werden vermeden. Als in het regenseizoen het landschap overstroomde, vluchtte het hert naar hoger gelegen droge “eilandjes” waar het een gemakkelijk prooi was voor jagers die alles doodden wat bewoog.
 
  Cervus schomburgki    
 
Hoogte
104 cm
Gewicht
120 kg
Gewei
83 cm
Leeftijd
-- jaar