RENDIER / KARIBOE  
Het rendier en de kariboe leven in het arctische deel van Europa, Azië en Amerika. Rendieren zijn voor de mensen in het noorden wat het rundvee is voor ons. Zij leveren voedsel (melk – ook voor kaas, en vlees). Van de huid wordt leer gemaakt, geschikt voor kleding en bijvoorbeeld kussens en gordijnen. De pezen kunnen worden gebruikt om schoenen of kano`s bijeen te houden, en de beenderen om er naalden van te maken.

De vachtkleur varieert met het seizoen van donker bruin-grijs, bijna zwart tot tegen wit aan toe.

Rendieren worden als lastdieren gebruikt of om sleeën te trekken. Ze leggen al snel zo’n 55 km per dag af met een draaglast van 135 kg. Zelfs in de zwaarste sneeuwstorm vinden ze hun weg. Het zijn makkelijk en goedkoop te onderhouden dieren doordat ze de zware kou kunnen verdragen terwijl ze geen stal nodig hebben.

 
  Rangifer tarandus    
 
Hoogte
140 cm
Gewicht
100 kg
Gewei
100 cm
Leeftijd
15 jaar
   
     
     
     
     
 
     
     
       
Ze zorgen voor hun eigen voedsel, het rendiermos (een korstmos), dat ze zelfs als er een dikke sneeuwlaag ligt weten te vinden. Het rendier leeft in grote kuddes, tot soms wel duizenden dieren toe. Hierbij is de bepaling van
de sociale rangorde belangrijk. Hiertoe dient mede het gewei; zowel mannetjes als vrouwtjes zijn gewei-dragend. Het gewei van het vrouwtje is wat kleiner en telt minder punten. Voor het mannetje geldt: hoe groter het gewei, des te hoger staat hij op de maatschappelijke ladder.

Tijdens de bronsttijd zijn de volwassen mannetjes met hun grote geweien de baas. Na de bronsttijd werpen de mannetjes het gewei af, vóór de wijfjes, die daarmee de hogere status overnemen. Het kalf deelt de status van zijn moeder. Het vrouwtje verliest haar gewei na de geboorte van haar kalf in het voorjaar. In de winter wordt het gewei gebruikt, samen met de hoeven, om sneeuw en ijs aan de kant te schuiven en bij het voedsel te kunnen komen.

Het rendier vertoont jaarlijks trekgedrag en kan in de vroege herfst en het voorjaar grote afstanden afleggen.






 
up