REE (Europees)  

1. Het ree
2. Het gewei benoemd
3. De ontwikkeling het reegewei

1. Het ree

Dit kleinste Europese hert is het talrijkste hoefdier in Nederland en in de meeste Europese landen. Het ree heeft een voorkeur voor gebieden waar bossen en graslanden elkaar afwisselen, maar komt in vrijwel elk, niet te droog terrein met voldoende dekking voor. Ze voeden zich hoofdzakelijk met de jonge scheuten van bomen en struiken en zijn verzot op bramen.

De bronsttijd valt in juli en augustus. Een bok vormt zijn territorium eind mei, wanneer zijn gewei hard en volgroeid is. Hij wrijft langs bomen en struiken om ze van zijn geur te voorzien, blaft naar andere bokken en verjaagt ze. Geiten die zijn gebied bezoeken, worden gedekt. De draagtijd is 9 1/2 maand
.
 
  Capreolus capreolus    
 
Hoogte
70 cm
Gewicht
25 kg
Gewei
25 cm
Leeftijd
20 jaar
   
     
     
     
     
     
     
       
Om haar pasgeboren 1 à 3 kalfjes te zogen, gaat de reegeit soms liggen. De 1e dagen verstoppen de jongen zich tussen de begroeiing, waar ze af en toe door hun moeder worden bezocht. De kalfjes zijn wit gevlekt. Na 2 maanden zijn de vlekken echter verdwenen.

Reeën zijn vooral in de schemering en 's nachts actief. Overdag houden ze zich schuil in de ondergroei. Men ziet ze gewoonlijk alleen of in klein familie-verband. 's Winters, wanneer het voedsel schaars is, sluiten ze zich tot grotere groepen of 'sprongen' aaneen. Bij verstoring gaat een ree er met sierlijke sprongen vandoor. Reeën zijn gewoontedieren: ze gebruiken steeds dezelfde routes door het bos, de zogenaamde 'wissels'. up
 

2. Het gewei benoemd

Het gewei met 2 onvertakte geweistangen
wordt “spies”genoemd. De dragers van een
spiesgewei worden vaak tot de zeer jonge
of de erg oude bokken gerekend.

Als de stang bovenaan vertakt ontstaat het
gaffel- of vorkgewei. Dit kan vervolgens
weer verder vertakken tot het zg. zes-ender
gewei (gebruikelijk voor bokken van 3-7 jaar).

Met de leeftijd mee ontwikkelt zich de roos
aan de basis van de geweistangen. De
typische bepareling neemt eerst toe om
vervolgens bij groeiende leeftijd weer af te
nemen.

up

3. De ontwikkeling van het reegewei

Reebokken dragen vergeleken met andere hertensoorten geweien die eenvoudig zijn van bouw en gering van omvang. Wellicht de bij het ree de geweiontwikkeling voor de soortgenoten wel van een ondergeschikt belang omdat er onder de bokken toch al een uitgesproken ouderdomsrangorde heerst. Zo zijn er oude reebokken die, ondanks dat ze een slecht ontwikkeld gewei dragen, toch de beste plekken in het terrein hebben veroverd. De oudere bokken zijn het eerst om in het voorjaar een territorium in te nemen.

Gedurende de wintermaanden wordt het gewei van een reebok opgebouwd en er liggen ongeveer 5 maanden tussen het afwerpen van het oude gewei en het vegen van het nieuwe. Direct nadat het gewei is afgeworpen wordt er begonnen met de opbouw van het nieuwe. Het pasgeveegde gewei is wit van kleur en krijgt pas later een donkere tint.
up