PUDU / POEDOE  

Het hertengeslacht Pudu omvat 2 soorten in Zuid- Amerika. Poedoes zijn de kleinst bekende herten. De zuidelijke poedoe of Chileense poedoe (P. pudu), heeft een schouderhoogte van slechts 35-38 cm en een gewicht tot 12 kg. Het spiesvormig onvertakt gewei van de mannetjes is niet langer dan 10 cm en wordt jaarlijks in juli afgeworpen. De andere soort, de noordelijke poedoe (P. mephistopheles), is iets groter en bewoont in 2 ondersoorten Peru, Ecuador en Colombia; de Chileense poedoe wordt aangetroffen in zuidelijk Chili (o.a. de lagere delen van de Andes) en aangrenzende delen van Argentinië.

De dieren leven solitair of in kleine groepjes in terrein dat voldoende dekking biedt; ze zijn bruin van kleur en de kalfjes zijn aanvankelijk gevlekt. Ze zijn vooral actief in de late middag, avond en vroege morgen. Om bij hogere vegetatie te komen staan ze meestal op hun achterste poten of klimmen op omgevallen boom stronken. Tijdens het eten stoppen ze regelmatig om te checken of de omgeving veilig is. De poedoe kan langere tijd zonder drinken en onttrekt zijn vocht aan de planten.

 
  Pudu puda    
 
Hoogte
38 cm
Gewicht
15 kg
Gewei
10 cm
Leeftijd
10 jaar
   
     
     
     
     
 
     
     
       

Als hij wordt opgejaagd, vlucht hij in een zig-zag beweging. Ze maken frequent gebruik van dezelfde paden door dichte vegetatie (vergelijk de “wissels” bij bv roodwild). Poedoes worden in hun voortbestaan bedreigd door een nauwelijks gereguleerde jacht met o.a. honden, het in cultuur brengen van woeste gronden en kaalslag van het bos. Natuurlijke vijanden zijn o.a. grote roofvogels (bv de condor), vossen en poema's. De zuidelijke soort wordt intussen planmatig in dierentuinen gefokt.

In Chili heeft de overheid een beschermingsprogramma opgezet onder het
motto “als zijn habitat overleeft, overleeft de poedoe zelf ook”.