MOEFLON  

De moeflon is het kleinste in het wild levende schaap. Na de laatste IJstijd hebben emigranten uit het Midden-
Oosten het huisschaap mee naar Europa genomen. Waar schijnlijk zijn er toen op Corsica en Sardinië exemplaren verwilderd, die door de eeuwenlange afzondering daarna, sterk afwijkende eigenschappen hebben ontwikkeld.

Het is een sterk, snel en behoedzaam dier dat zich in de laatste 2 eeuwen in West- en Midden-Europa goed heeft weten te handhaven.

Het voedsel van de moeflon bestaat uit heide, harde grassoorten, wat bladeren en zachte naaldhoutloten.

De moeflons leven in een roedel tot soms 60 stuks toe. Je ziet ze vaker overdag dan de andere grofwildsoorten. Hun oren, ogen en neus zijn even scherp als van roodwild. Het verschil met bijvoorbeeld het edelhert is echter dat ze niet zo ver wegvluchten, maar op veilige afstand blijven stil staan om te kijken wat er verder gaat gebeuren.

 
  Ovis ammon musimon    
 
Hoogte
75 cm
Gewicht
45 kg
Hoorns
80 cm
Leeftijd
13 jaar
   
     
     
     
     
 
     
     
       

Het meest in het oog vallend zijn de zware, geribbelde horens van de rammen. Ze ontspringen op de kop vóór de oren, gaan naar achteren en komen met een fraaie bocht weer langs de wangen naar voren terug. Met de kromming mee bereiken deze horens, ook wel "slakken" of "krukken" genoemd, bij een oude ram uiteindelijk een lengte van ruim 80 centimeter. De schapen schatten hun plaats in het roedel in naar de grootte van de hoorns, vaak zonder dat het tot een treffen is gekomen.

De hoorns worden niet afgeworpen, maar groeien het hele leven door. Tijdens de jaarlijkse rui treedt er telkens een korte pauze op. Deze onder-brekingen veroorzaken plaatsen op de hoorns waar de ribbels iets dichter tegen elkaar staan, zodat zij, net als bij de gems en de steenbok, als jaarringen kunnen worden geteld om de leeftijd van de ram te bepalen. De ooien krijgen op latere leeftijd eveneens licht gebogen horentjes, maar veel kleiner en minder regelmatig van vorm dan die van de ram.







 




 
up