LIER HERT  
Het lierhert of Eld’s hert dankt zijn naam aan het enigszins liervormige gewei. Dit middelgrote hert wordt o.a. gekenmerkt door lange, vrijwel horizontaal gerichte oogtakken, die loodrecht op de gebogen hoofdas van het gewei staan.

In drie ondersoorten bewoont het lierhert Zuidoost-Azië, nl. het Indische lierhert (C. e. eldi) van Manipoer, het Birmaanse lierhert of thamin (C. e. thamin) van Birma, Tenasserim en het uiterste westen van Thailand, en het Indo-Chinese of Siamese lierhert (C. e. siamensis) van Thailand, Indo-China en Hainan.

De volwassen mannetjes leven solitair, de vrouwtjes in kleine groepjes. Hun voedsel bestaat uit o.a. gras en waterplanten. Het zijn prooidieren voor o.m. de tijger, luipaard en krokodil.

De Indische ondersoort is een moeras- bewoner, die thans zeer zeldzaam is; ook de beide oostelijke ondersoorten zijn sterk bedreigd, o.a. als gevolg van oorlogs- handelingen en politieke onrust in hun al door enorme jacht en bevolkingsdruk beperkte verspreidingsgebied. Alleen door fokkerij in dierentuinen en een zeer strikte bescherming in Azië kan dit dier voor het nageslacht behouden blijven.




 
  Cervus eldi    
 
Hoogte
115 cm
Gewicht
120 kg
Gewei
? cm
Leeftijd
20 jaar