PATER DAVID HERT  

Het Pater-Davidshert of miloe is een vreemd hert. Van origine kwam hij voor in het noordoosten en oosten van
centraal China, en is echter in het wild al meer dan 1.000 jaar uitgestorven. Het hert is “ontdekt” door de Franse
missionaris en avonturier Armand David, die ook bekend is vanwege zijn ontdekking van de reuzenpanda. Tijdens
een van zijn bezoeken aan China mocht hij, bij wijze van grote uitzondering, een blik werpen over de muur van het
keizerlijke jachtpark van Nan-Hai-Tse, ten zuiden van Peking.

Hij ontdekte hier het laatste roedel van deze hertensoort en ondernam direct actie richting Europa. In 1898 bereikte een paar Engeland, hetgeen de start was van een succesvol fokprogramma door de hertog van Bedford op zijn landgoed
Woburn Abbey. In China werden, bij de Bokseropstand van 1900, de laatste dieren die na de desastreuze overstro-
mingen van 1895 overgebleven waren, afgeslacht. Aan het einde van de jaren tachtig zijn de eerste dieren weer uitge-
zet in een natuurreservaat in China.

Het grote, bruin gekleurde dier is gekenmerkt door een lange kop, lange staart (ca. 50 cm) en lange poten met brede hoeven, die evenals bij het rendier bij het lopen een krakend geluid maken.

 
  Elaphurus davidianus    
 
Hoogte
150 cm
Gewicht
200 kg
Gewei
75 cm
Leeftijd
25 jaar
   
     
     
     
     
 
     
     
       

Het grote gewei heeft geen oogtak (eerste en voorste zijtak) en alle enden zijn naar achteren gericht. Het Pater-Davidshert is een bewoner van open terrein met veel water; ook wel moerassen. De vrouwtjes vormen familie-groepen van 20-40 dieren.

De Chinezen noemen dit hert "sze pu shiang" wat zoiets betekent als “geen van de vier”. Deze vreemde naam refereert aan de nek van de kameel, de hoeven van de koe, de staart van de aap en het gewei van het hert terwijl het op geen van deze vier dieren echt lijkt.