CHIRU  
De Chiru ofwel Tibetaanse Antilope leeft in Tibet en noord west China, in de regio Hoh Xil op het Qinghai plateau en wordt bejaagd vanwege zijn kostbare pels. De fijne wol ('shahtoosh') is van dusdanig hoge kwaliteit dat de rijken der aarde er ongekende bedragen voor neertellen. 15.000 dollar voor een sjaal van chiru-wol is geen uitzondering. De bejaging is dusdanig intensief dat de soort met uitroeiing wordt bedreigd.

Van het totale bestand van zo’n 75.000 dieren, vallen er jaarlijks zeker 20.000 antilopen ten prooi aan stropers. De dieren worden meestal ter plekke geslacht waarna hun huiden in het Indiase Kashmir en Jammu worden verwerkt. Veelal wordt de wol daar onzichtbaar in kleding verwerkt zodat het makkelijk het land uit gesmokkeld kan worden.

China heeft inmiddels een ontwerp-resolutie ingediend om de controle op de illegale jacht en de handel in chiru wol aan te scherpen.
 
  Phantolops Hodgsoni    
 
Hoogte
94 cm
Gewicht
50 kg
Hoorns
71 cm
Leeftijd
? jaar
   
     
     
     
     
     
     
       

Het dier heeft zich uitstekend aangepast aan de leefomstandigheden op een hoogte van 3.700 tot 5.500 meter. Zijn wollen vacht beschermt hem tegen wind en koude. In rust maakt hij vaak gebruik van tot 30 cm. diepe holten in de bodem waardoor hij gedeeltelijk uit de wind ligt. Een mannetje kan sneller rennen dan wolven of wilde honden. Op volle snelheid zijn de hoorns omhoog gericht. In de vroege ochtend en avond wordt gegraasd en gedronken uit gletsjerbeken.

Mannetjes en vrouwtjes leven gedurende de zomer grotendeels apart. Tijdens het parings seizoen in November – December worden harems gevormd met zo’n 20 vrouwtjes. Deze worden door de mannetjes zwaar beconcurreerd, niet zelden met fatale afloop. Vandaag de dag staat het dier onder strenge bescherming.