BARASINGHA  
De Barasingha of moerashert komt voor in Noord India en Nepal. Hij heeft voorkeur voor moerassig grasland, riviervlakten en mangrove-bos en voedt zich met gras en water planten. De Barasingha is voor het eerst beschreven in 1823 door G. Cuvier.

“Barasingha” is Hindi voor “twaalf hoorns” van “barah” voor12 en “sing” voor hoorn. Het hert heeft gewoonlijk 12 enden aan het gewei (alleen het mannetje is gewei- dragend).

De zomervacht van het hert is bleek met een roomgele glans die verandert in bruin met een wollige structuur in de winter. De Barasingha is zowel overdag als ’s nachts actief. Een kudde is gemengd en bestaat uit 10-20 dieren.

Zijn status is inmiddels ernstig bedreigd, met name door het cultiveren van moeras en het aanleggen van plantages (bv eucalyptus). Daarnaast is het hert sterk bejaagd met als reden het beschermen van de oogst. Tot de natuurlijke vijanden behoren de tijger en de luipaard.

De bronsttijd loopt van September tot April, waarbij het mannetje harems vormt tot zo’n 30 hindes. De hiërarchie tussen de mannetjes wordt zwaar bevochten. Zicht en gehoor zijn gemiddeld ontwikkeld; zijn reukzin is uitstekend.


 
  Cervus duvaucelii    
 
Hoogte
135 cm
Gewicht
180 kg
Gewei
89 cm
Leeftijd
20 jaar