PRINS ALFRED HERT  
Begin 80-er jaren werd het Prins Alfred Hert gedacht te zijn uitgestorven. Een intensieve zoektocht echter leverde een
kleinere groep van 100-200 dieren op, geïsoleerd levend op de Centraal Visayas Eilanden in het midden van de Filippijnse Archipel (Negros, Panay, Masbate en Cebu). Deze laatste heeft de naam het meest verstoorde regenwoud te bezitten en ook op Masbate is het niet veel beter. Het dier is dan ook alleen nog te vinden op de 1e 2 eilanden.

Met internationale hulp wordt het dier nu beschermd tegen stropers en rijke Filippino’s die het hert graag in hun privé parken zouden willen hebben. Daarnaast is er in de 90-er jaren een start gemaakt met een fokprogramma. Het geldt nog steeds als zeer ernstig bedreigd en er wordt overwogen een nationaal park voor het Prins David Hert in te richten.

Het hert heeft de grootte van een ree en heeft een vacht van wollig, langer haar. Opvallend zijn de ovale witte vlekken op rug en zij. Het dankt zijn naam aan zijne koninklijke Hoogheid Prins Alfred die in 1870 het 1e exemplaar stuurde aan P. L. Sclater ter beschrijving. Het dier heeft een wigvormige bouw, vergelijkbaar met de Afrikaanse duiker. De kop is relatief smal in verhouding tot de lengte; het gezicht is puntig.

Alleen het mannetje heeft een klein gewei van normaal zo’n 5 cm, hoewel ook een hert beschreven is met een gewei met een stanglengte van 24 cm en tevens 24 cm. breed. Het gewei begint te groeien aan het einde van het 1e jaar.

Het Prins Alfred Hert leeft bij voorkeur in dichte jungle waar hij zich gemakkelijk kan terugtrekken en is 's nachts actief. Stropers jagen met lampen; als het hert in het licht komt blijft het stokstijf staan.
 
  Cervus alfredi    
 
Hoogte
80 cm
Gewicht
? kg
Gewei
5 cm
Leeftijd
? jaar